Familie, Scheiden, Alimentatie


Omgang grootouders met kleinkinderen

Om maar met de deur in huis te vallen: een omgangsrecht tussen grootouders en kleinkinderen bestaat wettelijk wèl.
Om maar met de deur in huis te vallen: een omgangsrecht tussen grootouders en kleinkinderen bestaat wettelijk wèl. Vaak hoort men zeggen dat die wettelijke basis niet bestaat. Maar artikel 1:377, lid 1 van het Burgerlijk Wetboek (BW) bepaalt dat een kind recht heeft op omgang met ouders en met hen die in een nauwe persoonlijke betrekking tot dat kind staan. Maar, dat artikel bepaalt ook dat er ontzeggingsgronden / contra-indicaties bestaan. Recent (arrest d.d. 7 april 2021) heeft het Gerechtshof Den Haag wel omgang tussen een kind en grootouders toegestaan.

Wat was het geval in die zaak? De kleinkinderen hadden vóór de scheiding van hun ouders een goede band met hun grootouders opgebouwd. De grootouders zijn grootouders van de vader van de kinderen. Opa en oma woonden al jaren in Schotland, maar zijn eigenaars van een woning in Nederland. Hun woning lag direct naast die van de ouders van de kleinkinderen. De kleinkinderen liepen in en uit bij opa en oma. Opa en oma maakten verschillende uitstapjes met hun kleinkinderen.

Dan komt de scheiding. Vader woont na de scheiding in het buitenland. De enige band die de kinderen met vader en zijn familie hebben, was de band met opa en oma. Moeder was fel gekant tegen omgang van haar kinderen met opa en oma. Zij betwistte dat er tijdens het huwelijk een frequent contact was tussen opa en oma en de kleinkinderen. De grootouders spannen een procedure aan tegen moeder.

De grootouders voeren in de procedure aan dat de minderjarige kinderen een beperkt contact hebben met vader die in het buitenland woont. Als de kinderen dan ook nog opgroeien zonder contact met de grootouders wordt hun beeld van de familie van vader wel heel eenzijdig of raakt dat in de vergetelheid.

Het Hof Den Haag overweegt dat de grootouders voldoende aannemelijk hebben gemaakt dat een nauwe persoonlijke betrekking tussen hen en de minderjarige kleinkinderen bestaat. Het hof overweegt daarbij dat de grootouders 4 à 5 keer per jaar naar Nederland kwamen om de kleinkinderen te bezoeken. Daarbij werd bewust de schoolvakanties uitgekozen. Tijdens die bezoeken was er een regelmatig contact. Een regelmatig contact is juridisch in deze zaak een ‘nauwe persoonlijke betrekking’.

Conclusie: het verdient aanbeveling voor grootouders om, als aan hun omgang wordt geweigerd, een advocaat te raadplegen en met de advocaat alle specifieke omstandigheden uit het dossier te halen. Hoe meer omstandigheden de grootouders kunnen aanvoeren, hoe groter de slagingskans op een gewonnen procedure waarin de rechter omgang toestaat.